
Module 7: werken met de methode
Je hoeft deze methode niet perfect te beheersen.
Je hoeft ze alleen te durven gebruiken.
Niet door alles uit te leggen,
maar door ruimte te maken voor wat zich toont.
De kracht zit niet in wat jij doet,
maar in wat er zichtbaar wordt

Wat bepaalt wat je inzet?
Voor je naar tools kijkt, kijk je eerst naar dit:
Waar zit iemand?
1. In het hoofd
-
analyseren
-
verklaren
-
blijven praten
- Wat nodig is: vertragen en zakken
2. In vermijding
-
“ik weet het niet”
-
afstand houden
-
oppervlakkig blijven
- Wat nodig is: iets laten verschijnen
3. In gevoel (maar overspoeld)
-
veel emotie
-
chaos
-
onduidelijkheid
- Wat nodig is: structuur en veiligheid
4. In inzicht (maar nog niet verankerd)
-
“ik snap het wel”
-
maar er verandert niets
- Wat nodig is: laten landen
Dit is je echte kompas
Niet de tools
Deze methode heeft geen vaste volgorde.
Geen stappenplan
Geen checklist
maar ze vraagt wel afstemming
Je werkt niet willekeurig
je werkt vanuit wat je ziet gebeuren
en wat op dat moment nodig is.
Wat je inzet…
hangt af van wat er ontstaat.
Van de persoon tegenover je
Van het moment
Van wat zich toont
-
Je gebruikt niet alles tegelijkertijd
-
Je kiest niet op voorhand
-
Je voelt wat nodig is
Dit betekent niet dat je “maar wat doet”
Integendeel
Je werkt met richting
maar zonder te forceren
De Tools
Kijkmeditaties - wanneer iemand moet vertragen
Gebruik wanneer:
-
iemand te snel denkt
-
meteen wil begrijpen
-
niet meer echt kijkt
Wat je doet:
-
laat iemand kijken (zonder uitleg)
-
geef geen opdracht
-
stel pas daarna een vraag
Vragen die werken:
-
“Wat valt je op?”
-
“Waar blijft je blik hangen?”
-
“Wat raakt je, zonder dat je weet waarom?”
Wat je vermijdt:
-
betekenis vragen
-
interpretatie
-
“waar doet dit je aan denken?”
Doel:
van hoofd → naar ervaring
Kaarten — wanneer je wil openen
Gebruik wanneer:
-
iemand niet goed kan verwoorden
-
iemand vastzit
-
je iets zichtbaar wil maken
Wat je doet:
leg meerdere beelden open
laat intuïtief kiezen
laat eventueel meerdere beelden combineren
Vragen die werken:
-
“Wat trekt je aan?”
-
“Wat wil gezien worden?”
-
“Welke foto voelt het meest ‘juist’ vandaag?”
Verdieping:
“Wat zit er in dit beeld dat iets over jou zegt?”
“Als dit beeld kon spreken, wat zou het zeggen?”
Doel:
onbewuste → zichtbaar maken
Beeldtools — wanneer je iets bespreekbaar wil maken
Gebruik wanneer:
-
een thema onder de oppervlakte zit
-
iemand er niet spontaan over begint
-
je verdieping wil zonder te duwen
-
een gesprek vastloopt
Wat beeldtools doen:
Ze brengen thema’s naar boven die anders onuitgesproken blijven.
Niet door te benoemen,
maar door zichtbaar te maken.
Hoe je ze inzet:
Je kan starten vanuit:
een beeld dat gekozen werd
OF rechtstreeks met de beeldtools.
Praktisch:
Leg een aantal kaarten open (of kies gericht een thema)
Bijvoorbeeld:
-
balans
-
grenzen
-
kwetsbaarheid
-
controle
-
identiteit
Laat de cliënt reageren:
-
“Wat gebeurt er als je dit ziet?”
-
“Herken je dit ergens?”
-
“Blijft dit ver weg of komt het dichtbij?”
Belangrijk:
De thema’s sturen niet
ze openen.
Je gebruikt ze:
niet om iets op te leggen,
maar om iets toegankelijk te maken.
Het werkboek — opdrachten en reflectie
Gebruik wanneer:
-
je wil vertragen en stilstaan bij wat zichtbaar wordt
-
je iets wil verdiepen na het kijken of fotograferen
-
je merkt dat iets blijft hangen
-
je er zelf mee aan de slag wil gaan, tussen momenten door
Wat het werkboek doet:
Het werkboek vormt de basis van de Zien & Zijn-methodiek.
Het is een praktisch en gestructureerd instrument
dat je stap voor stap meeneemt in kijken, reflecteren en schrijven
Je kan het gebruiken:
-
zelfstandig
-
of binnen begeleiding
De opbouw laat toe om:
-
het werkboek los te gebruiken
-
of als rode draad doorheen een traject
Wat je doet:
je vertrekt vanuit wat je hebt gezien of gefotografeerd
je staat stil bij wat opviel
je schrijft, benoemt of vult aan
Niet om het juist te doen
maar om te volgen wat zichtbaar wordt.
Vragen die helpen:
“Wat blijft hangen?”
“Wat raakte je?”
“Wat zie je nu anders?”
Doel:
zichtbaar maken → verdiepen → laten landen
Wat niet benoemd wordt,
kan via beeld toch zichtbaar worden.
EXTRA: “Zo voelt het” — wanneer woorden niet volstaan
Soms kan iemand het wel voelen,
maar niet uitleggen
En dan stopt het gesprek.
Dit is de moment waar deze set binnenkomt.
Gebruik wanneer:
-
iemand zegt: “ik weet het niet”
-
emoties te groot zijn
-
bij autisme / overprikkeling
-
wanneer praten niet lukt
Wat je doet:
laat iemand tonen hoe hij zich voelt of wat hij op ervaart via:
-
beelden
-
overlays (ruis, prikkels, druk…)
-
woorden die nodig zijn op dat moment (rust, alleen zijn, ruimte…)
Geen analyse
Geen uitleg
Alleen zichtbaar maken.
Waar woorden stoppen,
kan beeld spreken.
EXTRA: “Zo voelt het” — wanneer woorden niet volstaan
Soms kan iemand het wel voelen,
maar niet uitleggen
En dan stopt het gesprek.
Dit is de moment waar deze set binnenkomt.
Gebruik wanneer:
-
iemand zegt: “ik weet het niet”
-
emoties te groot zijn
-
bij autisme / overprikkeling
-
wanneer praten niet lukt
Wat je doet:
laat iemand tonen hoe hij zich voelt of wat hij op ervaart via:
-
beelden
-
overlays (ruis, prikkels, druk…)
-
woorden die nodig zijn op dat moment (rust, alleen zijn, ruimte…)
Geen analyse
Geen uitleg
Alleen zichtbaar maken.