
Module 9: wat je meeneemt
Je hoeft dit niet perfect te doen.
Je hoeft alleen
te blijven bij wat zichtbaar wordt.
Misschien heb je gemerkt
dat je niet alles moet begrijpen.
Niet alles moet oplossen.
Niet alles moet sturen.
Wat je doet
is eenvoudiger dan dat.
Je vertraagt.
Je kijkt.
Je volgt wat oplicht.
Soms gebruik je een beeld.
Soms een vraag.
Soms niets.
En toch
ontstaat er iets.
Omdat je aanwezig blijft
bij wat zich toont.
Wanneer je twijfelt, keer terug naar dit:
-
Wat zie ik hier gebeuren?
-
Waar gaat mijn aandacht naartoe?
-
Wat heeft nu ruimte nodig?
Je hoeft het niet te weten.
Je hoeft het alleen te zien.

Wat je hier hebt ontdekt,
neem je mee.
In hoe je kijkt.
In hoe je voelt.
In hoe je aanwezig bent bij jezelf.
Je kan altijd terugkeren.
Opnieuw kijken.
Opnieuw voelen.
Opnieuw beginnen.
Zien begint telkens opnieuw.